ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ7640
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet tijdig beslissen op bezwaar in vreemdelingenzaak leidt tot dwangsom en proceskostenvergoeding
Eiser had een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning ingediend die aanvankelijk werd afgewezen, maar het bezwaar werd gegrond verklaard en een vergunning verleend. Verweerder heeft echter niet tijdig beslist op het bezwaar van eiser uit 2004, waardoor eiser beroep instelde tegen deze overschrijding van de beslistermijn.
De rechtbank stelde vast dat verweerder het bestreden besluit had ingetrokken en dat het beroep nu alleen gericht was tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar. Volgens de rechtbank is het niet tijdig nemen van een besluit gelijk te stellen aan een besluit en kan dit worden vernietigd. Verweerder werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij een dwangsom van €250 per dag werd opgelegd voor overschrijding.
Eiser vorderde ook immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, maar de rechtbank oordeelde dat hiervoor geen beroep op artikel 6 EVRM Pro kon worden gedaan omdat het geschil nog niet inhoudelijk was behandeld. Wel werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht.
De uitspraak benadrukt het belang van tijdige besluitvorming in bestuursrechtelijke procedures en bevestigt de mogelijkheid van dwangsommen bij overschrijding. Tevens wordt duidelijk gemaakt dat een beroep op artikel 6 EVRM Pro niet mogelijk is zolang het geschil niet inhoudelijk aan de rechter is voorgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op bezwaar, legt een dwangsom op en veroordeelt verweerder tot proceskostenvergoeding.