ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ6432
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid Staat voor onrechtmatige uitlokking drugstransporten en detentie chauffeur
De zaak betreft een chauffeur die in Engeland werd veroordeeld voor het vervoeren van verdovende middelen, waarbij hij stelt dat de Nederlandse Staat onrechtmatig heeft gehandeld door hem uit te lokken en onvoldoende te beschermen. De rechtbank onderzoekt of de Staat aansprakelijk kan worden gehouden voor de transporten die onder regie van een criminele informant plaatsvonden en de gevolgen daarvan.
Uit het dossier blijkt dat de politie en het Openbaar Ministerie op de hoogte waren van de drugstransporten, maar dat het initiatief en de uitvoering bij een criminele organisatie lagen. De rechtbank oordeelt dat de Staat niet heeft uitgelokt in de zin van artikel 47 Sr Pro, omdat het handelen van de informant niet aan de Staat kan worden toegerekend en de politie niet op de hoogte was van het werven van de chauffeur.
De rechtbank gaat ook in op de bedreigingen die de chauffeur zou hebben ervaren, maar stelt dat niet is komen vast te staan dat de Staat hiervan op de hoogte was of hiermee instemde. Verder is niet bewezen dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld door niet in te grijpen bij de transporten of door het niet informeren van de Engelse autoriteiten over de rol van de chauffeur. De vorderingen worden daarom afgewezen en de chauffeur wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt eiser in de proceskosten.