ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ5455
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ongewenstverklaring wegens onvoldoende strafmaatvergelijking
Eiseres, houder van een verblijfsvergunning voor verblijf bij partner, werd ongewenst verklaard en haar aanvraag tot verlenging van de verblijfsvergunning afgewezen vanwege een buitenlandse veroordeling voor een opiumdelict met een gevangenisstraf van drie jaar en zes maanden.
De kern van het geschil betrof de vraag of de strafmaatvergelijking tussen de in Noorwegen opgelegde straf en de Nederlandse strafnormen voldoende zorgvuldig en onderbouwd was uitgevoerd. De rechtbank oordeelde dat de enkele strafeis van de officier van justitie onvoldoende is om vast te stellen dat de buitenlandse straf vergelijkbaar is met de Nederlandse straf die voor hetzelfde delict zou zijn opgelegd.
De rechtbank verwees naar eerdere jurisprudentie waarin werd gesteld dat het OM een inschatting moet maken op basis van jurisprudentie en oriëntatiepunten van straftoemeting, hetgeen in deze zaak ontbrak. Hierdoor was het besluit tot ongewenstverklaring niet zorgvuldig genomen en werd het vernietigd.
Het beroep tegen de afwijzing van de verlengingsaanvraag werd niet-ontvankelijk verklaard omdat eiseres zolang zij ongewenst is verklaard geen rechtmatig verblijf kan verkrijgen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de rechtbank op het beroep had beslist.
Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en aangemerkt als de in het ongelijk gestelde partij. De rechtbank bepaalde dat binnen zes weken een nieuw besluit moet worden genomen met inachtneming van de uitspraak.
Uitkomst: Het besluit tot ongewenstverklaring wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwde strafmaatvergelijking.