ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ5196
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verhaal kosten ontmanteling onderzeeboten Zwaardvis en Tijgerhaai door de Staat
Op 12 december 1995 sloot de Staat een koopovereenkomst met RDM voor twee onderzeeboten, de Zwaardvis en Tijgerhaai. De overeenkomst bevatte bepalingen over verkoop, wederinvoer en ontmanteling van de boten indien verkoop niet plaatsvond. Na meerdere verlengingen van de verkooptermijn en uitvoervergunning werden de boten in Maleisië opgeslagen. De Staat vorderde van RDM vergoeding van kosten die hij maakte voor de ontmanteling van de boten nadat RDM niet tot sloop overging.
RDM betwistte de vordering en stelde dat de Staat de verkoop aan Indonesië onrechtmatig had gefrustreerd, waardoor sloop noodzakelijk werd. De rechtbank oordeelde dat de Staat op grond van een nadere overeenkomst uit 2006 aanspraak had op vergoeding van de resterende kosten, waaronder ook de afkoopkosten van de werf in Maleisië. Het beroep van RDM op dwaling en schuldeisersverzuim faalde wegens onvoldoende feitelijke onderbouwing.
De vordering van RDM tot schadevergoeding wegens vermeend onrechtmatig handelen van de Staat werd afgewezen, omdat RDM onvoldoende feiten had gesteld die het verband tussen het handelen van de Staat en het niet doorgaan van de verkoop aan Indonesië aannemelijk maakten. De rechtbank veroordeelde RDM tot betaling van € 1.399.576,41 plus kosten en rente en wees de reconventionele vordering af.
Uitkomst: RDM wordt veroordeeld tot betaling van de kosten voor ontmanteling van de onderzeeboten aan de Staat, terwijl haar schadevordering wordt afgewezen.