ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ4407
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting gezinslid EU-onderdaan op grond van richtlijn 2004/38/EG
Verzoeker, een Soedanese nationaliteit dragende echtgenoot van een in België gevestigde EU-onderdaan, is in Nederland in vreemdelingenbewaring gesteld en zal worden uitgezet naar Soedan. Hij verzoekt de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening tegen deze uitzetting, stellende dat hij op grond van richtlijn 2004/38/EG verblijfsrecht heeft in België als familielid van een EU-burger.
De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker inmiddels heeft aangetoond dat zijn echtgenote zich in België heeft gevestigd, onder meer door een verklaring van inschrijving afgegeven door de Belgische autoriteiten. Verzoeker heeft ook aannemelijk gemaakt dat hij zich bij zijn echtgenote in België heeft gevoegd, ondanks het ontbreken van een verklaring dat zijn aanvraag om een verblijfskaart is ingediend.
De rechtbank benadrukt dat het aan de Belgische autoriteiten is om de aanvraag van verzoeker te beoordelen en dat de Nederlandse rechter niet in deze beoordeling kan treden. Gezien de omstandigheden en het lopende aanvraagproces acht de voorzieningenrechter uitzetting naar Soedan disproportioneel en weegt het belang van verzoeker zwaarder dan dat van de Nederlandse Staat. De voorlopige voorziening wordt daarom toegewezen en de uitzetting verboden totdat op het bezwaar is beslist.
Uitkomst: De rechtbank verbiedt de uitzetting van verzoeker totdat op het bezwaar is beslist en wijst de voorlopige voorziening toe.