ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ4210
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor inreisvisum op grond van richtlijn 2004/38 voor echtgenoot van begunstigd EU-onderdaan
Verzoeker, een Marokkaanse staatsburger en echtgenoot van een Nederlandse begunstigde EU-onderdaan, diende een aanvraag in voor een inreisvisum om zich bij zijn echtgenote in Nederland te voegen. De minister van Buitenlandse Zaken had niet tijdig op deze aanvraag beslist, waarna verzoeker bezwaar maakte en een voorlopige voorziening verzocht.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de richtlijn 2004/38 van toepassing is op verzoeker, ook al had hij niet legaal in België verbleven, aangezien zijn echtgenote als begunstigd EU-onderdaan geldt. Het arrest Metock bevestigt dat het recht op verblijf niet afhankelijk is van eerder legaal verblijf in een andere lidstaat. De minister kon het bezwaar tegen het niet tijdig beslissen niet handhaven.
Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen en de minister opgedragen om verzoeker, bij melding in Rabat en met geldig reisdocument, een inreisvisum te verstrekken. Tevens werd de minister veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht. Het geschil betreft de toepassing van het EU-recht op het vrije verkeer van personen en de rechten van familieleden van EU-burgers.
Uitkomst: Verzoeker wordt toegewezen om kosteloos en spoedig een inreisvisum te ontvangen als echtgenoot van een begunstigd EU-onderdaan.