ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ4017
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens veilig derde land Costa Rica
Eiser, een Colombiaanse bouwvakker, verzocht om een verblijfsvergunning asiel in Nederland. Hij vluchtte uit Colombia vanwege bedreigingen door de FARC en verbleef van 29 oktober 2005 tot 13 november 2007 in Costa Rica, waar hij een geldige asielrechtelijke verblijfsvergunning had. Costa Rica is partij bij het Vluchtelingenverdrag en wordt door de rechtbank als veilig derde land beschouwd.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Costa Rica geen bescherming geniet of dat het vragen van bescherming daar gevaarlijk of zinloos zou zijn. Hoewel eiser problemen ondervond van FARC-leden in Costa Rica, heeft hij aangifte kunnen doen en is er onderzoek ingesteld. De rechtbank achtte de bescherming van de Costa Ricaanse autoriteiten adequaat, mede gelet op recente maatregelen tegen de FARC.
Omdat eiser niet aannemelijk maakte dat Costa Rica zijn verdragsverplichtingen niet naleeft en hij een zodanige band met Costa Rica heeft dat het redelijk is dat hij daar verblijft, kon de staatssecretaris het verzoek om een verblijfsvergunning asiel afwijzen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat Costa Rica als veilig derde land wordt aangemerkt en hij daar bescherming geniet.