ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ3908
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.W.P.M. Corbeij Smits
- M.I.J. Hegeman
- E.J. Govaers
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat procedureel rechtmatig verblijf niet meetelt voor langdurig ingezetenenstatus
Eiser, een Iraanse onderdaan, had rechtmatig verblijf in Nederland vanaf 10 augustus 1999, aanvankelijk op basis van een asielaanvraag, later via een verblijfsvergunning regulier. Hij vroeg op 13 juni 2007 een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd aan met de aantekening 'EG-langdurig ingezetene'. Verweerder wees deze aanvraag af omdat eiser volgens hem niet voldeed aan de eis van vijf jaar legaal verblijf, mede omdat de periode van procedureel rechtmatig verblijf niet mee zou tellen.
De rechtbank overweegt dat procedureel rechtmatig verblijf, zoals het afwachten van een beslissing op een verblijfsaanvraag, niet gelijkgesteld kan worden aan formeel beperkt verblijfsrecht zoals bedoeld in de relevante richtlijn. Dit beleidsonderdeel is in strijd met de Europese Richtlijn 2003/109/EG en daarom onverbindend. De rechtbank stelt dat de periode van procedureel rechtmatig verblijf naar zijn aard tijdelijk is en niet meetelt voor de vijfjarige verblijfsduur.
Verder oordeelt de rechtbank dat de uitleg van verweerder, waarbij de aanvraag voor de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd strikt moet aansluiten op het einde van de vijfjarige verblijfsperiode, onredelijk is. Dit leidt tot onwenselijke verblijfsgaten en is niet in lijn met het doel van de richtlijn om langdurig en ononderbroken verblijf te erkennen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en beveelt verweerder een nieuw besluit te nemen. Tevens veroordeelt zij verweerder tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de aanvraag voor de status van langdurig ingezetene wordt vernietigd.