ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ2225
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging maatregel wekelijkse meldplicht op grond van artikel 54 tweede lid Vreemdelingenwet 2000
De Staatssecretaris van Justitie legde op 14 mei 2009 aan eiser een maatregel van toezicht op, bestaande uit een wekelijkse meldplicht bij de vreemdelingenpolitie, gebaseerd op artikel 54, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Tevens werd een bijzondere aanwijzing opgelegd op grond van artikel 54, eerste lid, onder b en c, Vw 2000, die eiser opdroeg zich te onthouden van acties die de kwaliteit van zijn dactyloscopisch signalement kunnen verslechteren.
Eiser stelde beroep in tegen beide maatregelen en voerde aan dat de wekelijkse meldplicht ten onrechte op artikel 54, tweede lid, was gebaseerd, omdat niet voldaan was aan het vereiste belang van openbare orde. Daarnaast betoogde hij dat de bijzondere aanwijzing onrechtmatig was en in strijd met artikel 11 van Pro de Grondwet en artikel 8 EVRM Pro, vanwege onvoldoende precisie en voorzienbaarheid van de maatregel.
De rechtbank oordeelde dat uit de tekst van de maatregel eenduidig blijkt dat deze op grond van artikel 54, tweede lid, Vw 2000 is opgelegd. De enkele omstandigheid van een wekelijkse meldplicht impliceert niet dat de maatregel op het eerste lid is gebaseerd. De maatregel was onvoldoende zorgvuldig voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd, mede omdat verweerder ter zitting aangaf niet achter de grondslag van de maatregel te staan, hetgeen strijdig is met de artikelen 3:2 en 3:46 Awb.
Het beroep tegen de maatregel van toezicht werd daarom gegrond verklaard en de maatregel vernietigd. Het beroep tegen de bijzondere aanwijzing werd niet-ontvankelijk verklaard, omdat eerst bezwaar moet worden gemaakt. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De maatregel van toezicht met wekelijkse meldplicht wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en onzorgvuldige voorbereiding.