ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ1724
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen bouwvergunning voor woongebouw in Den Haag
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag om op 19 maart 2009 een reguliere bouwvergunning te verlenen voor de bouw van een woongebouw met 128 woningen, parkeerplaatsen en commerciële ruimten.
Verzoeker, exploitant van een koffieboot die al meer dan dertig jaar op een ligplaats aan de betreffende kade ligt, stelt dat hij door het bouwplan zwaar in zijn belangen wordt geschaad. Hij betoogt dat zijn boot moet verdwijnen vanwege welstandsargumenten en dat er geen afspraken zijn gemaakt over schadeloosstelling of een alternatieve ligplaats. Tevens voert hij aan dat de gemeente onzorgvuldig handelt en zijn rechtszekerheid schaadt.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de bouwvergunning is verleend binnen het gebonden toetsingskader van de Woningwet, waarbij belangen van derden geen rol spelen. Er is geen oorzakelijk verband tussen het bouwbesluit en een mogelijke verplaatsing van de koffieboot. Ook acht de rechter de bezwaarprocedure ontvankelijk, ondanks discussie over de termijn en de wijze van bekendmaking.
Gelet op de belangen van de uitvoering van het bouwproject en het ontbreken van inhoudelijke gronden om het besluit te schorsen, wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De rechter adviseert partijen om in gesprek te gaan over de geschilpunten zoals locatie en schadeloosstelling, met uitzicht op mogelijke toekomstige besluitvorming waartegen rechtsmiddelen kunnen worden ingezet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouwvergunning wordt afgewezen.