ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ1466
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. Gorter
- J. Ebbens
- C.M. Dijksterhuis
- Rechtspraak.nl
Ongewenstverklaring en verblijfsvergunning geweigerd wegens toepassing artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag
Eiser, van Turkse nationaliteit, is ongewenst verklaard en geweigerd een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd vanwege toepassing van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag. De rechtbank beoordeelt of het beleid van verweerder omtrent de duurzaamheids- en proportionaliteitstoets bij uitzetting conform artikel 3 EVRM Pro niet kennelijk onredelijk is en of eiser in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning.
De rechtbank stelt vast dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor een duurzaam verzet tegen uitzetting op grond van artikel 3 EVRM Pro, mede omdat hij niet heeft aangetoond dat vertrek naar een ander land dan Turkije onmogelijk is. Tevens is de belangenafweging rond het recht op gezinsleven volgens artikel 8 EVRM Pro zorgvuldig gemaakt, waarbij het belang van de openbare orde prevaleert gezien de ernst van de gepleegde misdrijven.
Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eiser ongewenst kan worden verklaard en niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning. Er is geen aanleiding voor toepassing van de afwijkingsbevoegdheid en het besluit voldoet aan de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongewenstverklaring en weigering van een verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.