ECLI:NL:RBSGR:2009:BI9909
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loondoorbetalingssanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen
De zaak betreft een beroep van een werkgever tegen een door het UWV opgelegde loondoorbetalingssanctie van 52 weken wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen van een werkneemster die uitviel door ziekte.
De werkneemster kampte met ernstige gezondheidsproblemen waaronder een borstcarcinoom en longemfyseem, waardoor zij slechts beperkt inzetbaar was. De bedrijfsarts hield vast aan een optimistisch re-integratieadvies gericht op hervatting van het eigen werk, ondanks herhaalde uitval en complicaties. De werkgever betoogde dat zij op het medisch advies mocht vertrouwen en dat het opleggen van de sanctie disproportioneel was.
De rechtbank oordeelde dat de werkgever een eigen verantwoordelijkheid draagt voor re-integratie en niet zonder meer mag afgaan op het advies van de bedrijfsarts wanneer er gegronde twijfels zijn. Gezien de omstandigheden en de sceptische houding van de werkgever was het terecht dat zij niet tijdig een deskundigenoordeel heeft gevraagd en het tweede spoor niet tijdig is ingezet.
De rechtbank concludeerde dat de loondoorbetalingssanctie terecht is opgelegd, dat het besluit voldoende is gemotiveerd en dat toetsing aan het evenredigheidsbeginsel niet aan de orde is. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de loondoorbetalingssanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen.