ECLI:NL:RBSGR:2009:BI9647
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Kort geding over onmiddellijke invrijheidstelling en overplaatsing naar GGz-kliniek wegens PTSS
Eiser heeft ruim vijf maanden in uitleveringsdetentie in Brazilië doorgebracht en is in Nederland veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf, waartegen hoger beroep loopt. Hij lijdt aan een ernstige, chronische posttraumatische stressstoornis (PTSS) als gevolg van zijn detentie in Brazilië en de huidige detentie in Nederland, met verslechtering van zijn geestelijke toestand en depressie.
Eiser vordert in kort geding primair onmiddellijke invrijheidstelling en subsidiair overplaatsing naar een gespecialiseerde GGz-kliniek voor PTSS-behandeling. De voorzieningenrechter verklaart de primaire vordering niet-ontvankelijk omdat de juiste procedure voor opheffing voorlopige hechtenis via artikel 69 Sv Pro loopt bij de strafrechter. De subsidiaire vordering wordt ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan andere spoedeisende rechtsmiddelen.
De rechter overweegt dat eerdere uitspraken hebben geoordeeld dat behandeling van PTSS in detentie niet bij voorbaat onmogelijk is, maar dat de specifieke vraag of eisers weigering van behandeling voortkomt uit zijn PTSS onvoldoende is onderzocht. Daarom wordt de zaak pro forma aangehouden om gedaagde in de gelegenheid te stellen zich hierover uit te laten, waarna eiser kan reageren en een beslissing volgt.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn primaire vordering en de zaak wordt pro forma aangehouden voor nader onderzoek naar de subsidiaire vordering.