ECLI:NL:RBSGR:2009:BI8789
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende aannemelijkheid identiteit en herkomst
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door verweerder is afgewezen vanwege onvoldoende bewijs van identiteit, nationaliteit en reisroute. Eiser overhandigde een identiteitskaart die door Bureau Documenten als vals werd beoordeeld, wat de geloofwaardigheid van zijn asielrelaas ernstig aantastte.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van authentieke identiteitspapieren toerekenbaar is aan eiser, waardoor een positieve overtuigingskracht van het asielrelaas vereist is. Dit ontbrak, mede door het ontbreken van betrouwbare documenten en tegenstrijdigheden in het verhaal, zoals onduidelijkheid over de moord op de vader van eiser.
Eiser voerde aan dat hij afkomstig is uit Centraal-Irak en beroep deed op subsidiaire bescherming op grond van artikel 15c van de Definitierichtlijn, maar de rechtbank volgde verweerder in het oordeel dat eiser zijn herkomst niet aannemelijk had gemaakt. Ook het weigeren van medewerking aan een taalanalyse versterkte het oordeel van ongeloofwaardigheid.
Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit werd niet-ontvankelijk verklaard, het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning ongegrond. De rechtbank zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel wordt afgewezen.