ECLI:NL:RBSGR:2009:BI8776
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Toekenning visum kort verblijf op basis van duurzame relatie met EU-burger
Eiser, een Cubaanse nationaliteit dragende persoon, vroeg op 16 september 2008 een visum voor kort verblijf aan om zich bij zijn partner, een gemeenschapsonderdaan, in Nederland te voegen. De aanvraag werd aanvankelijk afgewezen omdat verweerder meende dat geen sprake was van een deugdelijk bewezen duurzame relatie zoals vereist in artikel 8.7, vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000.
De rechtbank stelde vast dat eiser en zijn partner een oprechte affectieve relatie hebben en dat verweerder een te hoge bewijslast bij eiser heeft gelegd. Ondanks het ontbreken van officiële documenten, vanwege de bijzondere omstandigheden in Cuba waarbij contact met buitenlanders moeilijk is, werd het bestaan van een duurzame relatie aangetoond met meer dan 100 documenten, waaronder correspondentie, foto’s, verklaringen van familie en bewijs van verblijf.
De rechtbank verwees naar jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen waarin is bepaald dat de bewijslast niet zo zwaar mag zijn dat het leveren van bewijs onmogelijk wordt. Gelet hierop en de omstandigheden van het geval werd het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen vier weken een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de rechtbank reeds op het beroep had beslist.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens te hoge bewijslast, met opdracht tot hernieuwde besluitvorming binnen vier weken.