ECLI:NL:RBSGR:2009:BI8713
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel wegens ontbreken gewapend conflict in Burundi
Eiseres had een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die geldig was van 11 mei 2004 tot 11 mei 2007. Na afloop van deze periode werd haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd afgewezen. De afwijzing was gebaseerd op het vervallen van de grondslag voor verlening, mede door het beëindigen van het categoriale beschermingsbeleid voor asielzoekers uit Burundi en het ontbreken van nieuwe gronden.
Eiseres voerde onder meer aan dat zij aanspraak kon maken op subsidiaire bescherming op grond van artikel 15, aanhef en onder c, van de Definitierichtlijn, omdat er sprake zou zijn van een gewapend conflict in Burundi. De rechtbank oordeelde echter dat eiseres dit niet aannemelijk had gemaakt, mede gelet op eerdere jurisprudentie waarin werd vastgesteld dat op de relevante data in Burundi geen gewapend conflict bestond.
Daarnaast vond de rechtbank het asielrelaas van eiseres ongeloofwaardig vanwege vaagheden en tegenstrijdigheden, en onvoldoende onderbouwd met documenten. Ook het beroep op het EVRM en het IVRK faalde omdat deze niet direct relevant waren voor de verblijfsvergunning asiel aanvraag. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd wordt ongegrond verklaard.