ECLI:NL:RBSGR:2009:BI8697
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging buitenbehandelingstelling aanvraag verblijfsvergunning wegens onvoldoende informatie en niet verschijnen
Eiser diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel arbeid in loondienst. Verweerder stelde de aanvraag buiten behandeling omdat eiser niet in persoon verscheen op de afspraak, de aanvraag niet voldeed aan de vereiste gegevens en bescheiden ontbraken, en de leges niet waren voldaan. Eiser werd in een brief van 22 februari 2007 verzocht de aanvraag aan te vullen en de leges te voldoen, maar verscheen zonder bericht van verhindering niet op de afspraak.
Eiser voerde aan dat hij niet was geïnformeerd dat het niet verschijnen of het niet overleggen van documenten tot buitenbehandelingstelling kon leiden en dat de leges niet op correcte wijze waren geïnd. Tevens stelde hij dat een aanvraag niet in persoon hoeft te worden ingediend, zoals bevestigd door een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank oordeelde dat de mededeling aan eiser onvoldoende was om te spreken van een geldige gelegenheid tot aanvulling in de zin van artikel 4:5 Awb Pro. Hierdoor was het besluit tot buitenbehandelingstelling in strijd met artikel 3:2 Awb Pro. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot buitenbehandelingstelling van de aanvraag verblijfsvergunning wordt vernietigd en eiser krijgt vergoeding van griffierecht en proceskosten.