ECLI:NL:RBSGR:2009:BI7450
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing visumweigering kort verblijf wegens onvoldoende bestaansmiddelen en terugkeergarantie
Eiser, een Afghaanse onderdaan, verzocht om een visum voor kort verblijf in Nederland om zijn broer te bezoeken. Verweerder weigerde het visum op grond van onvoldoende aantoonbare middelen van bestaan en onvoldoende waarborg voor tijdige terugkeer naar Afghanistan.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onjuiste maatstaven hanteerde bij de beoordeling van de bestaansmiddelen, met name door niet te toetsen aan de Europese normen van de Schengengrenscode en de Gemeenschappelijke Visuminstructie, waaronder het ontbreken van onderzoek naar contant geld en de kosten gerelateerd aan het verblijf van twee maanden.
Verder is vastgesteld dat verweerder onvoldoende heeft onderzocht of eiser voldoende sociale en economische binding met zijn land van herkomst heeft en dat eiser niet in de gelegenheid is gesteld om nadere gegevens te verstrekken. Ook is de hoorplicht geschonden.
Ten slotte concludeert de rechtbank dat het gevaar van vestigingsgevaar niet zonder meer kan worden gelijkgesteld aan een bedreiging van de openbare orde. De visumweigering is daarom onrechtmatig en wordt vernietigd, met de verplichting aan verweerder om een nieuw besluit te nemen rekening houdend met deze overwegingen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het visum wordt niet geweigerd; verweerder dient een nieuw besluit te nemen.