ECLI:NL:RBSGR:2009:BI6140
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- H.F.M. Hofhuis
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid eisers in vordering tot opheffing strafrechtelijk beslag op woning
Eisers vorderden bij de rechtbank opheffing van het op hun woning gelegde strafrechtelijk beslag en een voorschot op schadevergoeding wegens onrechtmatige overheidsdaad. De woning stond sinds 1990 op naam van een vennootschap waarvan eisers de directeur en aandeelhouder waren. Het beslag werd meerdere malen gelegd en opgeheven in verband met strafrechtelijke procedures.
De Staat verweerde zich met het standpunt dat eisers niet-ontvankelijk waren omdat zij de klaagschriftprocedure op grond van artikel 552a Sv hadden gevolgd, een exclusief rechtsmiddel voor de beoordeling van beslag in strafzaken. De voorzieningenrechter oordeelde dat de beoordeling van de rechtmatigheid van het beslag voorbehouden is aan de raadkamer in strafzaken en dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen niet toestaat dat de voorzieningenrechter hier vooruitlopend op die behandeling over oordeelt.
Van uitzonderlijke of spoedeisende omstandigheden die een onmiddellijke opheffing van het beslag rechtvaardigen was geen sprake. Ook de vordering tot betaling van een voorschot op schadevergoeding werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De eisers werden veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd gewezen door mr. H.F.M. Hofhuis op 3 juni 2009.
Uitkomst: Eisers worden niet-ontvankelijk verklaard in hun vordering tot opheffing van het beslag en de overige vorderingen worden afgewezen.