ECLI:NL:RBSGR:2009:BI6116
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens onrechtmatige daad van de Staat inzake varkensrechten
Eisers, vader en zoon, exploiteerden een agrarisch bedrijf met varkenshouderij tot eind 2002. De Staat kende hen op grond van de Wet herstructurering varkenshouderij (Whv) een beperkt aantal varkensrechten toe, wat leidde tot een registratietekort van 357 grondgebonden rechten in de periode 1999-2004.
Eisers stelden de Staat aansprakelijk wegens onrechtmatige daad en vorderden schadevergoeding. De rechtbank oordeelde dat eisers halverwege 2001 waren gestopt met varkenshouderij en zich op rundveehouderij richtten, waardoor de schade vanaf juli 2001 niet aan de Staat kon worden toegerekend. De schade werd daarom beperkt tot de periode van 1 september 1999 tot 30 juni 2001.
De rechtbank stelde vast dat eisers voldoende onderbouwden dat zij over de juridische en feitelijke mogelijkheden beschikten om de varkensrechten te benutten, ondanks het verweer van de Staat. De schade werd begroot op maximaal €26.326,-, vermeerderd met €979,- aan deskundigenkosten. De vordering tot incassokosten werd afgewezen. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van €27.305,- schadevergoeding aan eisers wegens onrechtmatige daad.