ECLI:NL:RBSGR:2009:BI4922
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid van vreemdelingenbewaring ondanks taalbarrière en hoorprocedure
Eiser is op 21 april 2009 in vreemdelingenbewaring gesteld wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf en andere omstandigheden die uitzetting rechtvaardigen. Eiser voerde aan dat hij niet in een voor hem verstaanbare taal is geïnformeerd over zijn aanhouding en dat hij niet tijdig en adequaat in persoon is gehoord, mede door het ontbreken van een tolk Hausa.
De rechtbank constateert dat eiser bij staandehouding en inbewaringstelling in de Franse taal is gehoord, een taal die eiser enigszins beheerst, en dat hij geen klachten had over het niet verstaan van de hulpofficier van justitie. Op de zitting van 4 mei 2009 was een Franse tolk aanwezig, maar geen Hausa tolk. De rechtbank heeft het onderzoek heropend en op 8 mei 2009 is eiser met een telefonische Hausa tolk gehoord.
De rechtbank oordeelt dat de belangen van eiser niet zijn geschaad, dat het beroep tijdig is behandeld en dat de bewaring niet onrechtmatig is. Ook het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat daaraan geen grond bestaat. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van de bewaring.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.