ECLI:NL:RBSGR:2009:BI4917
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. Benek
- J.R. van Es-de Vries
- T.L. Fernig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van rechtmatig verblijf bij aanvraag langdurig ingezetene status onder Vreemdelingenwet 2000
De zaak betreft de vraag of een periode van rechtmatig verblijf waarin een procedure omtrent een verblijfsvergunning wordt afgewacht, zonder dat achteraf een vergunning wordt verleend, mag worden meegeteld bij de berekening van de vijfjaarstermijn voor de status van langdurig ingezetene onder artikel 21 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
Eiser had tussen 23 juli 2002 en 14 februari 2005 een formeel beperkt verblijfsrecht, omdat hij in afwachting was van een beslissing op zijn aanvraag tot wijziging van zijn verblijfsvergunning. Van 14 februari 2005 tot 23 juli 2007 had hij een reguliere verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. Eiser stelde dat de richtlijn 2003/109/EG onjuist was geïmplementeerd, omdat het begrip 'formeel beperkt verblijfsrecht' niet voorkomt in de richtlijn en dat de periode van afwachting van een beslissing wel meegeteld moet worden.
De rechtbank oordeelde dat het begrip 'formeel beperkt verblijfsrecht' in de Vreemdelingenwet 2000 een juiste weerslag is van de richtlijnbepalingen, mede gelet op de Memorie van Toelichting en de preambule van de richtlijn. De periode waarin eiser in afwachting was van een verblijfsprocedure is van tijdelijke aard en telt niet mee voor de vijfjaarstermijn. Daarom was verweerder bevoegd om de aanvraag van eiser af te wijzen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de rechtbank wees geen kostenveroordeling toe. De griffier was niet in staat de uitspraak te ondertekenen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning langdurig ingezetene.