ECLI:NL:RBSGR:2009:BI4625
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Herhaalde asielaanvraag vrouw uit DRC met beroep op gewijzigde situatie en seksueel geweld
Verzoekster, afkomstig uit de Democratische Republiek Congo (DRC), diende een herhaalde asielaanvraag in nadat haar eerdere aanvraag was afgewezen wegens ongeloofwaardig asielrelaas. In de nieuwe procedure voerde zij als novum de verslechterde situatie voor vrouwen in de DRC aan, met name het epidemische seksueel geweld, gesteund op beleidsregels WBV 2008/26 en een ambtsbericht van juli 2008.
De rechtbank oordeelde dat de beleidswijzigingen in WBV 2008/26 een relevante wijziging van recht vormen ten opzichte van het eerdere besluit van 15 maart 2007, waarin WBV 2005/30 van toepassing was. Verweerder had onvoldoende gemotiveerd waarom deze beleidswijziging niet tot heroverweging van de aanvraag zou leiden. Tevens werd geoordeeld dat algemene informatie over het seksuele geweld in de DRC wel degelijk een novum kan zijn en dat verweerder onvoldoende had onderbouwd waarom individuele omstandigheden van vrouwen verschillend risico zouden opleveren.
Hoewel het asielrelaas van verzoekster als ongeloofwaardig was beoordeeld, werd erkend dat dit niet zonder meer betekent dat alle individuele omstandigheden, zoals haar herkomst uit Kinshasa en haar verblijf in Nederland, irrelevant zijn. De rechtbank stelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom verzoekster niet aannemelijk zou maken dat zij het risico loopt slachtoffer te worden van seksueel geweld.
De rechtbank vernietigde het besluit van 27 april 2009 en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het belang daarmee was komen te vervallen. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan verzoekster.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard, besluit vernietigd en nieuw besluit opgedragen met inachtneming van gewijzigde beleidsregels en risico op seksueel geweld.