ECLI:NL:RBSGR:2009:BI4372
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring en toekenning schadevergoeding wegens onvoldoende voortvarendheid bij uitzetting Surinaamse vreemdeling
Eiser, een vreemdeling van Surinaamse nationaliteit, werd op 6 maart 2009 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Na een eerdere ongegrondverklaring van beroep tegen deze maatregel, stelde eiser beroep in tegen de voortzetting van de bewaring en vorderde opheffing en schadevergoeding. De kern van het geschil betrof de voortvarendheid van de behandeling van zijn laissez-passer (lp)-aanvraag voor uitzetting naar Suriname.
Verweerder voerde aan dat sinds 16 april 2009 een nieuwe werkwijze geldt waarbij lp-aanvragen rechtstreeks naar Surinaamse autoriteiten worden gestuurd, waardoor persoonlijke presentaties niet langer nodig zijn. Eiser stelde dat verweerder onvoldoende voortvarend had gehandeld, omdat zijn vrijwilligersbrief van 31 maart 2009 pas op 21 april 2009 bij de regievoerder was aangekomen, wat een onrechtmatige vertraging opleverde.
De rechtbank oordeelde dat het intern doorsturen van de brief een eenvoudige handeling is die binnen een week had moeten plaatsvinden. Het niet tijdig doorgeven maakte de voortzetting van de bewaring vanaf 7 april 2009 onrechtmatig. Hoewel de nieuwe werkwijze later werd ingevoerd, deed dit niets af aan het eerdere voortvarendheidsgebrek. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, hief de bewaring op per 29 april 2009 en kende een schadevergoeding van €1760 toe, naast proceskosten van €644.
Uitkomst: De bewaring wordt opgeheven wegens onvoldoende voortvarendheid bij de behandeling van de lp-aanvraag, met toekenning van schadevergoeding en proceskosten aan eiser.