ECLI:NL:RBSGR:2009:BI3459
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- H. Gorter
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen verblijfsbeëindiging en ongewenstverklaring Unie-burger wegens ontoereikende motivering
Verzoeker, een Belgische Unie-burger, is meerdere malen veroordeeld voor overtredingen van artikel 197 Sr Pro en diefstal, waarop de verblijfsbeëindiging en ongewenstverklaring zijn gebaseerd. De voorzieningenrechter oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het gedrag van verzoeker een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving.
De rechtbank stelt vast dat strafrechtelijke veroordelingen op zich onvoldoende zijn om de verblijfsbeëindiging te rechtvaardigen, vooral omdat verzoeker geen straf heeft gekregen voor het opiumdelict en de vermeende overlast door drugsgebruik niet concreet is onderbouwd. Ook de routinematigheid van diefstallen is onvoldoende aangetoond.
Verder wordt het beroep van verzoeker op schorsende werking van bezwaar verworpen en wordt vastgesteld dat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een duurzaam verblijfsrecht heeft. De rechtbank verbiedt daarom de verwijdering van verzoeker uit Nederland totdat op het bezwaar is beslist en veroordeelt verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Verweerder wordt verboden verzoeker uit Nederland te verwijderen tot vier weken na beslissing op het bezwaar.