ECLI:NL:RBSGR:2009:BI3162
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen ongewenstverklaring vreemdeling met strafrechtelijke antecedenten
Verzoeker, van Turkse nationaliteit, diende een aanvraag in voor verlenging van zijn verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Deze werd afgewezen en hij werd ongewenst verklaard vanwege strafrechtelijke veroordelingen, waaronder een onherroepelijke gevangenisstraf van 20 maanden voor drugsdelicten.
De voorzieningenrechter constateerde dat de verblijfsduur bij de toepassing van de glijdende schaal onjuist was vastgesteld door uit te gaan van het meest recente delict in plaats van het eerste delict. Tevens werd beoordeeld of het besluit in overeenstemming was met het communautaire openbare-ordecriterium uit het Besluit 1/80 en de jurisprudentie van het Hof van Justitie.
Verder werd het arrest Maslov van het EHRM betrokken, waarin wordt geoordeeld over de bescherming van tweede generatie migranten. De voorzieningenrechter oordeelde dat een toetsing aan dit arrest noodzakelijk was gezien de langdurige verblijfsduur van verzoeker sinds zijn jeugd.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd gedeeltelijk toegewezen, waarbij de uitzetting en strafrechtelijke gevolgen van de ongewenstverklaring werden geschorst tot vier weken na de beslissing op bezwaar. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: De uitzetting en strafrechtelijke gevolgen van de ongewenstverklaring worden geschorst tot vier weken na de beslissing op bezwaar.