ECLI:NL:RBSGR:2009:BI2858
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. van Leijenhorst
- L. de Loor-Alwin
- J.M. Vink
- Rechtspraak.nl
Dividendbelastingheffing op uitkeringen aan aandeelhouders in Nederlandse Antillen en Marokko niet in strijd met Europees recht
Eiseres, een Nederlandse naamloze vennootschap, stelde dividend beschikbaar aan haar aandeelhouders in de Nederlandse Antillen en Marokko, waarbij dividendbelasting werd ingehouden. Eiseres betwistte de heffing en stelde dat deze in strijd was met het Europese recht, met name artikel 56 EG Pro over de vrijheid van kapitaalverkeer.
De rechtbank behandelde de vraag of de relatie tussen Nederland en de Nederlandse Antillen een interne aangelegenheid is die buiten het bereik van artikel 56 EG Pro valt, en oordeelde dat dit niet het geval is. De rechtbank stelde vast dat de lgo-regeling (landen en gebieden overzee) de toepassing van artikel 56 EG Pro niet uitsluit en dat de Nederlandse Antillen als derde land moeten worden beschouwd voor de toepassing van het EG-Verdrag.
Verder concludeerde de rechtbank dat de aandeelhouders in kwestie een controlerende invloed uitoefenen op eiseres, waardoor artikel 43 EG Pro over de vrijheid van vestiging niet van toepassing is. De heffing van dividendbelasting is dan ook niet in strijd met artikel 56 EG Pro. De overige beroepsgronden behoeven geen bespreking en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van de dividendbelastingheffing.