ECLI:NL:RBSGR:2009:BI2755
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ongewenstverklaring wegens onvoldoende motivering en onderzoek
Verzoeker, een Afghaanse staatsburger en voormalig lid van de Afghaanse veiligheidsdienst, werd ongewenst verklaard op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag vanwege vermeende betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen. Verzoeker betwistte dit en vreesde bij terugkeer een schending van artikel 3 EVRM Pro.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder het ambtsbericht waarop het besluit was gebaseerd niet zonder nader onderzoek had mogen gebruiken, omdat concrete aanknopingspunten bestonden voor twijfel aan de juistheid ervan. Tevens was het besluit onvoldoende gemotiveerd, met name ten aanzien van het risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Daarnaast werd het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen, waarbij de rechtsgevolgen van de ongewenstverklaring werden geschorst totdat op het bezwaar was beslist.
De voorzieningenrechter wees ook proceskosten toe aan verzoeker en bepaalde dat de Staat der Nederlanden deze kosten moet vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter G.D. de Jong op 17 april 2009.
Uitkomst: Het besluit tot ongewenstverklaring wordt vernietigd en de rechtsgevolgen worden geschorst totdat een nieuw besluit is genomen.