ECLI:NL:RBSGR:2009:BI2516
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering varkenshouder wegens geen individuele buitensporige last door Whv
De zaak betreft een varkenshouder die stelt schade te hebben geleden door een te lage toekenning van varkensrechten op basis van het referentiejaar 1995 in het kader van de Wet herstructurering varkenshouderij (Whv). Hij vordert vergoeding van directe en gevolgschade, stellende dat de toekenning een individuele en buitensporige last vormt in strijd met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM.
De rechtbank oordeelt dat het nadeel niet direct voortvloeit uit de Whv, maar uit het feit dat de aangifte overschotheffing over 1996 te laat is ingediend en pas op 16 juli 1997 door het Bureau Heffingen is ontvangen. Hierdoor kon het gunstigere referentiejaar 1996 niet worden toegepast. Dit verzuim wordt aan de varkenshouder toegerekend.
Verder wordt geoordeeld dat de bestuursrechtelijke beslissing over de beëindiging van de pacht en de overdracht van het bedrijf niet in deze civiele procedure kan worden getoetst. De vordering wordt daarom afgewezen en de varkenshouder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af omdat het nadeel voortvloeit uit eigen verzuim van de varkenshouder en niet uit de Whv.