ECLI:NL:RBSGR:2009:BI1729
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning Iraanse bekeerde christenen wegens schending artikel 3 EVRM
Eisers, Iraanse vluchtelingen die in Nederland zijn bekeerd tot het christendom en evangeliseren, dienden aanvragen in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder wees deze aanvragen af op basis van het beleid dat geen reëel risico op vervolging werd aangenomen, mede omdat bekeringsactiviteiten voor eigen rekening zouden komen.
De rechtbank oordeelt dat dit beleid en de motivering in strijd zijn met artikel 3 EVRM Pro, dat een absoluut verbod op onmenselijke behandeling inhoudt. Bekeringsactiviteiten zijn een wezenlijk onderdeel van het geloof van eisers en vormen een reëel risico in Iran, waar apostasie met zware straffen wordt bedreigd. De rechtbank wijst ook op een wetsontwerp in Iran dat de doodstraf op afvalligheid voorschrijft, wat het risico verder vergroot.
De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten en beveelt verweerder binnen zes weken opnieuw te beslissen met inachtneming van deze overwegingen. Ook wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. Het beroep van eiser, die niet zelf bekeerd is, wordt eveneens gegrond verklaard op grond van zijn afhankelijkheid van de bekeerde gezinsleden.
De uitspraak benadrukt dat het beleid in WBV 2007/15 de bescherming van artikel 3 EVRM Pro niet mag beperken en dat het risico op schending van mensenrechten bij terugkeer naar Iran voldoende aannemelijk is gemaakt.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzende besluiten en beveelt hernieuwde beoordeling met inachtneming van het reële risico op schending van artikel 3 EVRM.