ECLI:NL:RBSGR:2009:BI0368
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L. de Loor-Alwin
- Rechtspraak.nl
Maandelijkse betalingen ex-echtgenoot zijn rechtens afdwingbare uitkeringen voor levensonderhoud
Eiseres betwistte de aanslag inkomstenbelasting over 2004 waarin een bedrag van €31.202 als periodieke uitkering werd meegerekend. De kern van het geschil was of de maandelijkse betalingen van €3.300 door de ex-echtgenoot vrijwillig waren of voortvloeiden uit een familierechtelijke verplichting, en of deze betalingen voorschotten waren op de verdeling van huwelijkse voorwaarden.
De rechtbank stelde vast dat eiseres en haar ex-echtgenoot duurzaam gescheiden leefden en dat eiseres niet in haar levensonderhoud kon voorzien. Uit stukken en verklaringen bleek dat de betalingen rechtens afdwingbare afspraken waren ter bekostiging van het levensonderhoud, ondanks de bedoeling van partijen deze niet als inkomen te beschouwen.
De rechtbank verwierp het verweer dat sprake was van voorschotten op de verdeling, omdat eiseres dit niet aannemelijk had gemaakt en er geen overeenstemming bestond over verrekening. Het fiscaalrechtelijke karakter van de betalingen wordt beoordeeld op het moment van aanvang van de betaling.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde dat de betalingen als periodieke uitkeringen in de zin van artikel 3:101 van Pro de Wet inkomstenbelasting 2001 moeten worden beschouwd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de maandelijkse betalingen als periodieke uitkeringen moeten worden beschouwd.