ECLI:NL:RBSGR:2009:BI0299
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.W. Sentrop
- Rechtspraak.nl
Beoordeling sanctie bij niet tijdig overleggen toevoegingen rechtsbijstand en verrekening proceskosten
Eiser, een advocaat, verzocht de Raad voor Rechtsbijstand om vaststelling van zijn vergoeding voor rechtsbijstand in vier samenhangende zaken. Verweerder bracht de volledige proceskostenvergoeding die aan de cliënten van eiser was toegekend in mindering op de vergoeding van eiser, omdat eiser niet tijdig de toevoegingen aan de rechter had overgelegd. Eiser maakte bezwaar tegen deze verrekening en stelde dat een netto verrekening van de proceskosten, waarbij wederzijdse proceskostenveroordelingen tegen elkaar worden weggestreept, had moeten plaatsvinden.
De rechtbank overweegt dat eiser als belanghebbende in het bestuursrechtelijke beroep kan worden ontvangen. Uit de feiten blijkt dat eiser niet tijdig de toevoegingen heeft overgelegd, waardoor geen verrekening via de griffier heeft plaatsgevonden. De sanctiebepaling van artikel 29, tweede lid, Wrb is dan van toepassing, die een volledige verrekening van de proceskostenvergoeding op de vergoeding van de advocaat mogelijk maakt.
De rechtbank oordeelt dat deze sanctiebepaling dwingendrechtelijk is en door de wetgever bewust zo is bedoeld om nalatigheid van de advocaat te bestraffen. De door eiser voorgestelde netto verrekening is niet toegestaan. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. De rechtbank wijst ook een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van de advocaat tegen de verrekening van proceskostenvergoeding is ongegrond verklaard.