ECLI:NL:RBSGR:2009:BH9948
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Poustochkine
- de Bruijn
- Meijers
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak moord wegens onvoldoende bewijs aanwezigheid verdachte op plaats delict
Op 7 november 2007 werd het slachtoffer in zijn woning te 's-Gravenhage doodgeschoten. Verdachte werd ervan verdacht de schutter te zijn, mede op basis van DNA-sporen op het wapen, munitie en de jas van het slachtoffer. De rechtbank oordeelde echter dat de DNA-sporen niet eenduidig dadersporen zijn en alternatieve verklaringen niet konden worden uitgesloten, waaronder indirecte overdracht of eerdere bezit van het wapen door verdachte.
De herkenning door de echtgenote van het slachtoffer aan de hand van een compositietekening en foto's werd als onbetrouwbaar beoordeeld vanwege het tijdsverloop en beïnvloeding. Ook gesprekken tussen medeverdachten en telefoongegevens boden onvoldoende bewijs voor aanwezigheid van verdachte op de plaats delict. Verdachte werd daarom vrijgesproken van moord en doodslag.
Wel werd bewezen verklaard dat verdachte in maart 2008 met anderen ongeveer 20 dozen hennep heeft vervoerd en in bezit had, en dat hij betrokken was bij de diefstal en opzetheling van een Yamaha motor. Hiervoor werd hij veroordeeld tot 9 maanden gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest. Daarnaast werd een gedeeltelijke schadevergoeding toegewezen aan de eigenaar van de motor. De rechtbank oordeelde dat de straf passend was gelet op de ernst van de feiten en persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van moord wegens onvoldoende bewijs, veroordeeld tot 9 maanden gevangenisstraf voor drugszaken en opzetheling motor.