ECLI:NL:RBSGR:2009:BH9378
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onrechtmatige zorgplicht Staat bij beslag op voertuigen
Eiseres, erfgename van wijlen haar echtgenoot, vordert van de Staat een schadevergoeding wegens onrechtmatige handeling en tekortkoming in de zorgplicht als bewaarder van voertuigen die in beslag waren genomen door de Belastingdienst. De Belastingdienst had conservatoir beslag gelegd op een personenauto en motorfiets van wijlen echtgenoot in het kader van belastingaanslagen. Na een compromis tussen partijen werd het oorspronkelijke beslagbedrag verlaagd.
Eiseres stelt dat het beslag onrechtmatig was omdat het voor een te hoog bedrag was gelegd en te lang is gehandhaafd, waardoor schade is ontstaan, onder meer door waardevermindering en stalling. De Staat betwist de onrechtmatigheid en beroept zich onder meer op verjaring.
De rechtbank oordeelt dat het feit dat het beslagbedrag later is verlaagd niet automatisch onrechtmatigheid betekent en dat eiseres onvoldoende feiten heeft gesteld om misbruik van recht aan te tonen. Tevens is onvoldoende onderbouwd dat de Staat als bewaarder tekort is geschoten in zijn zorgplicht. De zorgplicht strekt niet zo ver dat de Staat verplicht is voertuigen regelmatig te laten rijden of de motor te laten draaien. De vorderingen worden afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiseres af wegens onvoldoende onderbouwing van onrechtmatigheid en tekortkoming in zorgplicht.