ECLI:NL:RBSGR:2009:BH6961
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete opgelegd aan centrale overheid wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen bevestigd
De zaak betreft een bestuurlijke boete van €9.500,- opgelegd aan het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer wegens overtreding van artikel 2 en Pro 15 van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De boete werd opgelegd omdat een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning arbeid verrichtte op een bouwproject waarvoor het ministerie opdrachtgever was.
De rechtbank oordeelt dat het adresseren van de boete aan het ministerie een verschrijving was en dat de centrale overheid als werkgever in de zin van de Wav kan worden aangemerkt. Het enkele feit dat het ministerie niet direct betrokken was bij de feitelijke uitvoering en dat de werkzaamheden waren uitbesteed, ontslaat het ministerie niet van haar verantwoordelijkheid. De rechtbank volgt de jurisprudentie dat ook overheden bestuurlijke boetes kunnen krijgen voor overtredingen gepleegd in de uitoefening van hun overheidstaken.
Verder is geoordeeld dat het evenredigheidsbeginsel geen matiging rechtvaardigt, ondanks dat het ministerie stelt dat controle op naleving van de Wav niet tot haar dagelijkse taken behoort. De rechtbank wijst ook het beroep op overschrijding van de redelijke termijn af, omdat het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens niet van toepassing is op geschillen tussen overheden.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en de boete blijft in stand. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boete wordt ongegrond verklaard en de boete blijft in stand.