ECLI:NL:RBSGR:2009:BH6628
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- de Graaff
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens opzettelijk handelen in strijd met Opiumwet na hennepkwekerij
De politierechter van de rechtbank 's-Gravenhage heeft op 11 maart 2009 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van meerdere feiten in strijd met de Opiumwet. Verdachte werd bijgestaan door een raadsman die betoogde dat de verklaringen van verdachte bij de politie uitgesloten moesten worden wegens het ontbreken van advocaatbijstand voorafgaand aan en tijdens de verhoren, in het licht van de uitspraak van het EHRM in de zaak Salduz.
De rechtbank verwierp dit verweer op grond van een casuïstische benadering zoals voorgesteld door de AG Knigge, waarbij werd geoordeeld dat ondanks het ontbreken van advocaatbijstand bij de eerste verhoren, de verklaringen toch gebruikt konden worden omdat verdachte vrijwillig had verklaard en geen verzoek tot advocaatbijstand had gedaan. Verdachte had bij de inverzekeringstelling wel rechtsbijstand gehad en had zijn eerdere verklaringen niet herroepen.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte opzettelijk handelde in strijd met de Opiumwet door het exploiteren van een hennepkwekerij. De feiten onder 1 en 4 werden vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs. De straf werd gemotiveerd vanwege de ernst van de feiten, de maatschappelijke overlast en het financiële motief van verdachte. De opgelegde straf bestond uit een werkstraf van 90 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand met een proeftijd van 2 jaar.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 90 uur werkstraf en 1 maand voorwaardelijke gevangenisstraf met proeftijd van 2 jaar.