ECLI:NL:RBSGR:2009:BH5686
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens motiveringsgebrek en nieuwe feiten Burundi
Verzoeker, van Burundische nationaliteit, diende een herhaalde aanvraag in voor een verblijfsvergunning die door verweerder werd afgewezen binnen de 48-uur procedure. Verzoeker stelde dat de situatie in Burundi verslechterd is, met name door aanhoudende gewapende conflicten tussen het regeringsleger en rebellen, en beriep zich op artikel 15, aanhef en onder c, van de Definitierichtlijn.
De rechtbank oordeelde dat hoewel veel van de aangevoerde documenten dateren van vóór het eerdere besluit, twee BBC-artikelen en het actuele reisadvies van de minister van Buitenlandse Zaken nieuwe feiten bevatten die niet zonder meer kunnen worden uitgesloten als relevant voor de beoordeling. Tevens werd gewezen op een aanstaande zitting van de Afdeling bestuursrechtspraak over de reikwijdte van artikel 15.
De rechtbank stelde vast dat verweerder de zaak niet zorgvuldig binnen de korte termijn van de AC-procedure kon afhandelen en dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen wegens gebrek aan belang. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek en nieuwe feiten.