ECLI:NL:RBSGR:2009:BH5469
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.F.M. Hofhuis
- P.A. Koppen
- D.A. Schreuder
- Rechtspraak.nl
Groepsverbod voor energiemaatschappijen niet onrechtmatig verklaard
Eneco Holding N.V., een geïntegreerd energiebedrijf met activiteiten in productie, handel, transport en verkoop van energie, vordert dat de Staat onrechtmatig handelt door het in werking treden van het groepsverbod in de Elektriciteitswet en Gaswet. Dit verbod beoogt belangenverstrengeling te voorkomen door te verbieden dat netbeheerders deel uitmaken van groepen die ook elektriciteit of gas produceren of leveren.
Eneco stelt dat het groepsverbod onrechtmatig is omdat het inbreuk maakt op het vertrouwen in ministeriële toezeggingen, het vrije verkeer van kapitaal en eigendomsrechten onder het EG-Verdrag en het EVRM. De Staat verdedigt het groepsverbod als noodzakelijk voor leveringszekerheid en bescherming van consumenten.
De rechtbank oordeelt dat de ministeriële toezeggingen politiek van aard zijn en niet juridisch afdwingbaar. Het beroep op artikel 295 EG Pro-Verdrag faalt omdat het groepsverbod niet onder het privatiseringsverbod valt. De rechtbank stelt vast dat het groepsverbod een gerechtvaardigde beperking vormt van fundamentele vrijheden vanwege het belang van leveringszekerheid en dat het proportioneel is.
Verder is het groepsverbod geen ontneming van eigendom, maar een regulering daarvan, waarbij Eneco en haar aandeelhouders niet worden benadeeld. De vordering van Eneco wordt afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van Eneco af en bevestigt de rechtmatigheid van het groepsverbod.