ECLI:NL:RBSGR:2009:BH5438
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlenging beslistermijn verblijfsvergunning en status Bureau Medische Advisering als derde
Eiser diende op 21 januari 2008 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd. Verweerder stelde dat de beslistermijn pas op 7 maart 2008 was aangevangen, omdat eiser de aanvraag niet persoonlijk had ingediend en eerst werd uitgenodigd dit te herstellen. De rechtbank oordeelde dat de beslistermijn conform de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was opgeschort vanaf de uitnodiging tot aanvulling en pas op 6 maart 2008 aanving toen eiser zijn aanvraag aanvulde.
Vervolgens was in geschil of het Bureau Medische Advisering (BMA) als onafhankelijke derde in de zin van artikel 42, vierde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) kon worden aangemerkt, waardoor de beslistermijn verlengd mocht worden. De rechtbank verwierp de primaire stelling van verweerder dat het BMA zelf een onafhankelijke derde is, omdat de medisch adviseurs in dienst zijn van het Ministerie van Justitie en gebonden aan aanwijzingen van de staatssecretaris.
De rechtbank stelde echter vast dat de medische adviseurs van het BMA hun adviezen baseren op informatie van onafhankelijke derden, zoals artsen en organisaties als International SOS, die niet onder het ministerie vallen. Op grond hiervan achtte de rechtbank het verlengen van de beslistermijn met drie maanden gerechtvaardigd.
De rechtbank concludeerde dat de beslistermijn op 6 maart 2008 was aangevangen en door de verlenging tot 6 december 2008 liep. Aangezien de zitting op 20 november 2008 plaatsvond, was de beslistermijn nog niet verstreken en werd het beroep van eiser ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en oordeelt dat de beslistermijn terecht is verlengd vanwege het advies van het BMA gebaseerd op onafhankelijke derden.