ECLI:NL:RBSGR:2009:BH5381
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voortduring bewaring wegens beperkt zicht op uitzetting naar Suriname
Eiser, een Surinaamse onderdaan, is op 31 augustus 2008 in bewaring gesteld wegens zijn ongewenstverklaring en criminele antecedenten. Hij verzet zich tegen de voortzetting van deze maatregel en vordert opheffing en schadevergoeding. Verweerder stelt dat er zicht is op uitzetting naar Suriname, mede door een in oktober 2008 gesloten Memorandum of Understanding (MOU) en de instelling van een werkgroep die uitvoeringsafspraken voorbereidt.
De rechtbank analyseert de gegevens over lp-toezeggingen en -verstrekking in 2008, waaruit blijkt dat van 200 aanvragen slechts 6 tot toezeggingen hebben geleid, en dat de termijn tussen aanvraag en verstrekking vaak langer dan zes maanden is. Hoewel het zicht op uitzetting beperkt is, acht de rechtbank dit voldoende om voortzetting van de bewaring te rechtvaardigen. Eiser levert onvoldoende bewijs van identiteit en medewerking en ontkent een alias die door Interpol is vastgesteld.
De belangenafweging leidt tot het oordeel dat de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel niet onredelijk is, ondanks de duur van bijna zes maanden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen voortzetting van de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.