ECLI:NL:RBSGR:2009:BH4501
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ongewenstverklaring en intrekking verblijfsvergunning wegens onjuiste toetsing artikel 8 EVRM
Verzoeker, een Ecuadoraanse nationaliteit dragende man, werd door de staatssecretaris van Justitie ongewenst verklaard en zijn verblijfsvergunning werd ingetrokken vanwege een zware strafrechtelijke veroordeling. Verzoeker maakte bezwaar en stelde dat het besluit in strijd was met artikel 8 EVRM Pro vanwege zijn gezinsleven met zijn Nederlandse partner en dochter.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het toetsmoment van het besluit ex nunc moest plaatsvinden, mede gelet op jurisprudentie van het EHRM, en dat verweerder een onjuiste en onvolledige belangenafweging had gemaakt. Met name werd geoordeeld dat van de partner niet verwacht kon worden mee te verhuizen naar Ecuador, gezien haar binding met Nederland en haar kinderen uit een eerdere relatie.
De voorzieningenrechter vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde verweerder in de proceskosten. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het beroep gegrond werd verklaard en het besluit werd vernietigd.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking verblijfsvergunning en ongewenstverklaring wordt vernietigd wegens onjuiste toetsing aan artikel 8 EVRM.