ECLI:NL:RBSGR:2009:BH2384
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. van Breda
- Tj. Gerbranda
- R.G.J. Welbergen
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens te late kennisgeving aan rechtbank en toekenning schadevergoeding
Eiser is op 5 december 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld. Volgens artikel 94, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 moet de minister uiterlijk op de 28e dag na inbewaringstelling de rechtbank hiervan in kennis stellen. Deze kennisgeving had uiterlijk op 2 januari 2009 moeten plaatsvinden, maar vond pas op 5 januari 2009 plaats.
De rechtbank oordeelt dat deze termijn een vrijheidsontnemingstermijn betreft waarvoor de Algemene Termijnenwet niet geldt, ook niet vanwege een feestdag. De late kennisgeving betekent dat de bewaring vanaf 3 januari 2009 onrechtmatig is geworden. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt opheffing van de bewaring en kent een schadevergoeding toe van €880 voor de periode van onrechtmatige bewaring.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de Staat tot betaling van proceskosten van €644. Het tweede beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het belang ontbreekt na gegrondverklaring van het eerste beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de bewaring opgeheven en een schadevergoeding van €880 toegekend.