ECLI:NL:RBSGR:2009:BH2271
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toegangsweigering en voortduring vrijheidsontnemende maatregel in vreemdelingenrecht
Eiser, een Iraanse onderdaan, werd op 10 oktober 2008 de toegang tot Nederland geweigerd en kreeg een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Hij voerde aan dat de toegangsweigering onterecht was, mede op grond van de Benelux-Zwitserland Overeenkomst en het bezit van een laissez-passer. De rechtbank oordeelde dat de overeenkomst niet ziet op toelatingscriteria en dat het laissez-passer geen geldig reisdocument was in de zin van de Schengengrenscode, mede omdat Zwitserland toen geen partij was bij de SUO.
Eiser stelde ook dat hij had moeten worden gehoord en dat de voortduring van de vrijheidsontnemende maatregel in strijd was met artikel 5 EVRM Pro. De rechtbank vond echter dat verweerder voldoende voortvarend had gehandeld en dat de stagnatie in de vertrekvoorbereiding aan eiser te wijten was vanwege zijn weigering tot medewerking. Tevens werd geoordeeld dat de maatregel binnen een redelijke termijn was voorgelegd aan de rechter.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de toegangsweigering en de vrijheidsontnemende maatregel ongegrond, wees het verzoek tot schadevergoeding af en verwierp het verzoek om een voorlopige voorziening. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Beroep tegen toegangsweigering en vrijheidsontnemende maatregel ongegrond verklaard; verzoeken tot schadevergoeding en voorlopige voorziening afgewezen.