ECLI:NL:RBSGR:2009:BH1406
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag accijns op verliezen bij opslag minerale oliën bevestigd
Eiseres, leverancier van gasolie aan schepen via twee drijvende bunkerstations, kreeg een naheffingsaanslag accijns opgelegd over verliezen die tijdens opslag zijn ontstaan en niet konden worden aangetoond. Volgens de vergunning moest zij maandelijks aangifte doen en daarvoor een aangiftebiljet aanvragen, wat zij niet heeft gedaan. Eiseres stelde dat verliezen gecompenseerd konden worden met meerbevindingen in andere maanden en dat verliezen verklaarbaar waren door scheefliggen van bunkerstations, temperatuurverschillen en slingeren.
De rechtbank oordeelt dat compensatie van verliezen met meerbevindingen in andere maanden niet is toegestaan en dat eiseres maandelijks aangifte had moeten doen. De verliezen zijn niet volledig aangetoond met de genoemde omstandigheden, waardoor de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat het toezenden van bunkerverklaringen niet kan worden opgevat als een verzoek om aangiftebiljetten.
De boete opgelegd wegens niet-naleving van de aangifteplicht blijft van kracht, maar wordt verminderd met 10% wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank verklaart het beroep tegen de naheffingsaanslag ongegrond en het beroep tegen de boetebeschikking gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover deze de boete betreft en gelast vergoeding van het griffierecht aan eiseres.
Uitkomst: De naheffingsaanslag accijns wordt bevestigd en de boete verminderd wegens termijnoverschrijding.