ECLI:NL:RBSGR:2009:BH0882
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening inzake visum kort verblijf op grond van Richtlijn 2004/38/EG
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een visum kort verblijf in Nederland, welke door verweerder is afgewezen op grond van de Schengengrenscode en de Uitvoeringsovereenkomst bij het Schengenakkoord. Verzoekster, gehuwd met een in België woonachtige Nederlander, stelde dat op haar aanvraag Richtlijn 2004/38/EG van toepassing is, omdat zij haar echtgenoot wil vergezellen die gebruikmaakt van zijn recht op vrij verkeer binnen de EU.
De voorzieningenrechter oordeelt dat Richtlijn 2004/38/EG weliswaar van toepassing is op burgers van de Unie en hun familieleden die zich in een andere lidstaat dan hun nationaliteit bevinden, maar dat de situatie van verzoekster niet voldoet aan artikel 3, eerste lid, van de richtlijn. De aanvraag is gericht op verblijf in Nederland bij haar Nederlandse echtgenoot, maar verzoekster verblijft niet in een andere lidstaat dan die waarvan zij de nationaliteit bezit.
Daarnaast is vastgesteld dat verweerder niet gehouden is tot verlening van het visum kort verblijf op grond van Richtlijn 2004/38/EG. Het subsidiaire verweer van verzoekster dat de Schengengrenscode niet van toepassing zou zijn, wordt verworpen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang. Ook het verzoek om een beslissing op bezwaar binnen een bepaalde termijn te nemen, voldoet niet aan het vereiste van materiële connexiteit met het bestreden besluit.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af en worden geen proceskosten aan partijen opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verweerder niet gehouden is tot verlening van een visum kort verblijf op grond van Richtlijn 2004/38/EG.