ECLI:NL:RBSGR:2008:BM2735
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L. de Loor-Alwin
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid voor onbetaalde omzetbelasting na terugtreden
Eiser is aansprakelijk gesteld voor onbetaalde omzetbelasting, rente, boete en kosten van de B.V. over 2004 en het vierde kwartaal van 2005. Hoewel eiser formeel bestuurder was tot 1 januari 2005, stond hij ook daarna nog ingeschreven in het handelsregister. De kern van het geschil betrof de vraag of eiser na die datum nog als bestuurder moest worden aangemerkt.
De rechtbank verwijst naar een arrest van de Hoge Raad waarin is vastgesteld dat inschrijving in het handelsregister niet beslissend is voor de vraag of iemand bestuurder is in de zin van de Wet Invordering. Wel kan aan die inschrijving een vermoeden worden ontleend, dat eiser met een verklaring van de nieuwe bestuurders heeft ontkracht. Verweerder heeft geen aanvullend bewijs geleverd.
Verder is geoordeeld dat eiser niet aansprakelijk is voor de naheffingsaanslag over het vierde kwartaal 2005, omdat hij toen geen bestuurder meer was. Voor 2004 blijft eiser aansprakelijk, mede omdat de melding van betalingsonmacht niet tijdig was gedaan en niet aannemelijk is dat verweerder reeds op de hoogte was van betalingsproblemen.
Ten slotte is het bezwaar gegrond verklaard, de aansprakelijkstelling verminderd tot € 90.151 en verweerder veroordeeld in de proceskosten van € 644 en het griffierecht van € 39.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vermindert de aansprakelijkstelling tot € 90.151 en veroordeelt verweerder in de proceskosten.