ECLI:NL:RBSGR:2008:BJ4216
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten weigering voortgezet verblijf alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Verzoeksters, allen van Angolese nationaliteit, zijn in juni 2002 Nederland binnengekomen en hebben aanvankelijk een verblijfsvergunning AMV gekregen met terugwerkende kracht. Na afwijzing van hun aanvragen voor voortgezet verblijf en het ongegrond verklaren van hun bezwaren, hebben zij beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom artikel 3.52 Vreemdelingenbesluit 2000 niet is toegepast, terwijl verzoeksters al geruime tijd rechtmatig in Nederland verbleven.
De rechtbank stelt dat verweerder niet heeft meegewogen dat verzoeksters een groot deel van hun leven in Nederland hebben doorgebracht en dat dit verblijf als langdurig moet worden beschouwd. Tevens is onvoldoende rekening gehouden met het recht op respect voor het privéleven en familie- of gezinsleven zoals beschermd in artikel 8 EVRM Pro. Ook is het belang van minderjarige verzoeksters volgens artikel 3 IVRK Pro onvoldoende betrokken bij de besluitvorming.
De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten en draagt verweerder op binnen zes weken nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat in de hoofdzaak reeds wordt beslist. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en de griffierechten worden aan verzoeksters vergoed.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten tot weigering van voortgezet verblijf en draagt op nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van de uitspraak.