ECLI:NL:RBSGR:2008:BI8837
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende onderzoek risico terugkeer Azeri in Armenië
Eisers, een Azeri man en zijn gezin, vroegen een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd aan, welke werd afgewezen door de staatssecretaris van Justitie. De afwijzing berustte op het oordeel dat eisers onvoldoende hadden aangetoond dat zij bij terugkeer naar Armenië een reëel risico liepen op foltering of onmenselijke behandeling, zoals bedoeld in artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank overwoog dat de staatssecretaris terecht vond dat eisers geen reisdocumenten konden overleggen, maar dat het ontbreken hiervan niet volledig aan hen kon worden toegerekend. De kern van het geschil betrof de beoordeling van het risico bij terugkeer, waarbij verweerder zich baseerde op een ambtsbericht dat etnische Azeri in Armenië sociaal geïntegreerd zouden zijn en geen problemen ondervinden.
Echter, uit het ambtsbericht bleek niet dat gemengd gehuwden die Armenië voor 1992 verlieten, zoals eisers, als sociaal geïntegreerd konden worden beschouwd. Ook was onvoldoende onderzocht of eisers zich als etnisch Azeri profileren, Armeens spreken of een Armeense naam hebben aangenomen. De rechtbank concludeerde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom eisers geen risico liepen bij terugkeer.
Daarom verklaarde de rechtbank de beroepen gegrond, vernietigde de bestreden besluiten en veroordeelde de staat tot vergoeding van de proceskosten. Het oordeel was dat de belangen van eisers onvoldoende waren meegewogen en dat het besluit in strijd was met de Awb en artikel 3 EVRM Pro.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de verblijfsvergunning en verklaart het beroep gegrond wegens onvoldoende onderzoek en motivering over het risico bij terugkeer naar Armenië.