ECLI:NL:RBSGR:2008:BI8832
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing ongewenstverklaring vreemdeling wegens gevaar voor openbare orde
Eiser is door de Staatssecretaris van Justitie ongewenst verklaard op grond van artikel 67, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat hij een gevaar vormt voor de openbare orde en geen rechtmatig verblijf heeft. Eiser betwist dit besluit en voert onder meer aan dat hij niet kan terugkeren naar zijn land van herkomst vanwege zijn etnische achtergrond en ernstige psychische klachten.
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd is omdat verweerder zich slechts op de uitspraak van de voorzieningenrechter heeft beroepen zonder inhoudelijke motivering over de terugkeerproblematiek. Desondanks laat de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand, omdat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat hij alles heeft gedaan om terug te keren en de herhaalde strafbare feiten een gevaar voor de openbare orde vormen.
De rechtbank overweegt dat de medische en psychosociale omstandigheden van eiser niet zodanig zijn dat uitzetting een schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert. Ook is er geen sprake van een beschermd familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro dat zwaarder weegt dan het belang van de Staat. Het beroep wordt gegrond verklaard vanwege de onvoldoende motivering, het besluit wordt vernietigd maar de rechtsgevolgen blijven gehandhaafd. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens onvoldoende motivering, het besluit vernietigd maar de rechtsgevolgen van de ongewenstverklaring blijven gehandhaafd.