ECLI:NL:RBSGR:2008:BI5951
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
De Goudse aansprakelijk voor weigering dekking na verstekvonnis wegens onjuiste medewerking verzekerde
De zaak betreft een geschil tussen [eiser] en De Goudse over de nakoming van een aansprakelijkheidsverzekering. [eiser] had schade veroorzaakt door het leegspuiten van een poederblusser tijdens een feest, waardoor geluidsapparatuur beschadigd raakte. Achmea, als verzekeraar van de eigenaar, vergoedde de schade en stelde [eiser] aansprakelijk.
[ eiser] meldde de aansprakelijkstelling via Westeinder, de assurantietussenpersoon. De Goudse weigerde dekking nadat [eiser] een dagvaarding niet tijdig had doorgestuurd, waardoor hij bij verstek werd veroordeeld. De Goudse stelde dat [eiser] zijn medewerkingsplicht had geschonden en onware verklaringen had afgelegd, wat de dekking deed vervallen.
De rechtbank oordeelde dat niet vaststond dat [eiser] opzettelijk onjuiste verklaringen had afgelegd over de schadeoorzaak en de ontvangst van de dagvaarding. Hoewel [eiser] naliet de dagvaarding door te sturen, had De Goudse nog voldoende tijd en mogelijkheid om verzet in te stellen, maar deed dit niet. De Goudse was onvoldoende op de hoogte van de verzetmogelijkheden en handelde daardoor in strijd met haar zorgplicht. De vordering van [eiser] tot betaling van €25.000 werd daarom toegewezen, terwijl de vordering tegen Westeinder werd afgewezen.
Uitkomst: De Goudse wordt veroordeeld tot betaling van €25.000 wegens onterecht weigeren dekking; vordering tegen Westeinder wordt afgewezen.